Tes wier bekans veurtèèt en das de moment dade setéévinke wier beginne te hoon.  Op den vanne mièrt daan beginne ze te nissele en begin prul daan hemme ze al nen hule nerevel groas en aner nestmaterioal biengedrage erreges onner de panne.  Ge huurt de mennekes daan den hule daag door sjierepe, ich dink da ze da doe-oen vur indruk te make op de wefkes. 

Vrugger zoat het oppe setéés vanne put vol be setéévinke, doa zoate ter vantèèt wel honnerd bien, ich dink dat dièn naam doa oog wel mot va kome en het klinkt oog zoe wa sjieker as hune echte naam want diè es mer hul ordinair tujmich.  De jung oppe setéé dij pakde hun snéé brut of hunne kok wel es mee ne buite en as ze daan wa snuurde daan bleef da oppe grond ligge en daan haan dij veugelkes oog wa tiète en onner het daak doa war ter plak genoeg vur te hoon.

Loater toen ze de setééhuis opgemakt hemme toen hemme ze al dij rete touw gemakt en vonte ze gien plak nemie vur te hoon, da makt dater noa hulewa minner zitte as vrugger.  Tegewoordig verkoepe de grun ter zelfs appartemente vur.  Anne school tege de gièvel hemme ze zoe een appartement hange en doa zit nog altèèt en kolonie setéévinke en oppe spulplak zal oog wel wa be iète gesmodderd wière dink ich. 

Het klinkt roar mer setéévinke vinder allien mer tusse de huis.  Ich hem ter es op gelet mer as ge twiehonnerd mièter vanne huis aaf get daan huurder of zieder gien nemie en midde in tèrp doa zit het vol.  Ich hem oog es gelièze dat de mennekes be het grutste boarteke het mietste aantrek hemme bij de wefkes.  Ge zot mer zije moe dij wefkes hinne kieke.  Ich zen ter daan zelf oog es beginne op te lette en ge ziet inderdaad setéévinke be mer e hul klèè gète sikske en ge het ter oog be nen hule grute plastron.

Bet gruut vogeltelweekend op den va januoari van dit joar stiet de setéévink nog altèèt oppe ieste plak in Limburg, da makt dat ze in de mieste heuf gezien woort.  Inne rest va vloandere stiet ze mer op de derde plak. 

Het is weer bijna voorjaar en dat is het ogenblik dat de huismussen weer beginnen nesten te maken om te kweken.  Op het einde van maart dan beginnen ze nesten te maken en begin april dan hebben ze al een hele “nerevel” gras en ander nestmateriaal bijeen gedragen ergens onder de pannen.  Voor “ nen nerevel” ken ik geen A.N.-woord.  Het is een grote hoeveelheid gras of hooi dat ge met uw twee armen kunt dragen.  Ge hoort de mannetjes dan de ganse dag door sjirpen, ik denk dat ze dat doen om indruk te maken op de vrouwtjes.

Vroeger zat het op de mijn-cité ‘s vol met huismussen.  Er zaten er soms wel honderd bijeen.  Ik denk dat die naam daar ook wel moet van komen en het klinkt ook zowat sjieker als hun echte naam, want die is maar heel ordinair vind ik.  De kinderen op de cité ’s namen hun boterham of hun koek soms mee naar buiten en als ze dan wat morsten dan bleef dat op de grond liggen en dan hadden die vogeltjes ook wat om te eten en onder het dak daar was er plaats genoeg om te wonen. 

Later, toen ze de citéhuizen gerenoveerd hebben, hebben ze al die spleten toegemaakt en vonden ze geen plaats meer om te wonen en om te kweken, dat maakt dat er nu heel wat minder zitten als vroeger. Tegenwoordig verkopen de natuurverenigingen er zelfs mussen-appartementen voor.  Aan de school tegen de gevel hebben ze zo een appartement hangen en daar zit nog altijd een kolonie huismussen en op de speelplaats zal ook wel wat met eten gemorst worden denk ik. 

Het klinkt eigenaardig maar huismussen vindt ge alleen maar tussen de huizen.  Ik heb er eens op gelet maar als ge tweehonderd meter van de huizen weg gaat dan hoort of ziet ge geen meer en midden in het dorp daar zit het vol.  Ik heb ook eens gelezen dat de mannetjes die de grootste bef hebben het meeste aantrek hebben bij de vrouwtjes.  Ge zult maar zeggen waar die vrouwtjes naar kijken. Ik ben er dan zelf ook eens beginnen op te letten en ge ziet inderdaad huismussen met maar een heel klein geiten-sikje en ge ziet er ook met een hele grote das.

Bij het groot vogeltelweekend op het einde van januari van dit jaar staat de huismus nog altijd op de eerst plaats in Limburg, dat maakt dat ze in de meeste tuinen te zien was.  In de rest van Vlaanderen staat ze maar op de derde plaats.

Wigo